Ze is lekker bezig: met een muts op haar hoofd zit ze al een tijdje te knippen, te naaien en te vullen. Het moet een mini-beertje worden, voor mee naar school. Ze is net een maand tien. Ik blijf in de buurt om zo nu en dan een helpende hand toe te steken als dat nodig was. Het gaat goed.

Totdat ze opeens in huilen uitbarst en roept: ‘hij is helemaal mislukt! Die stomme beer is helemaal mislukt!’

Ze gooit ‘m weg en stampt naar de keuken. Ik vraag haar bij me te komen en haar beertje te laten zien. Ze smijt ‘m naar me toe alsof het afval is. Ik bekijk het eens aandachtig en ben direct ontroerd door de plukjes pluizewol die eruit steken, de naad die op sommige plekken nog open is… En dat is precies wat ik zeg. Ik zeg: ‘Bloeme, ik zie ook dat er gaatjes in zitten en ik snap dat je daarom teleurgesteld bent. Ik zie ook een heel schattig beertje…, met die plukjes wol die eruit piepen… Ken je dat verhaal van het fluwelen konijn? Dat gaat over een heel oud konijn dat helemaal stuk is, en niemand wil meer met ‘m spelen. Maar het is dan wel een oud konijn, het is ook een heel lief konijn…’

Bloeme luistert aandachtig. Opeens pakt ze haar beertje weer op en kijkt het liefdevol aan. Ze zegt: ‘Mam, hij is eigenlijk ook wel schattig he?’ En ze loopt er hummend mee weg. Ze begint nog wat te naaien en zegt met opgetogen stem: ‘Nou en, dan is ie maar een beetje lelijk, ik houd toch van ‘m! Nog even oogjes maken…, he Noor?’ Ze huppelt naar onze hond, aait ‘m en vervolgt haar weg naar de lade met knoopjes.

Ze zoekt iets voor de oogjes, maar kan niets passend vinden. Ook knipt ze een mini-sjaal van flanel, omdat het winter is.

De oogjes moet ik erop naaien, want dat kan ze ‘echt’ nog niet. Dat vind ik voor nu oké, ze heeft al genoeg uitdaging gehad.

Ze verzucht met een twinkeling in haar ogen: ‘Ik wist echt niet dat ik het af zou krijgen. Ik ben zo blij!’

Ik: ‘Ja.. dat is je dan maar weer mooi gelukt!’

Zij: ‘Ja, ik ben wel trots op mezelf!’ En ze glimt.

‘Wat fijn voor je’, zeg ik, trots op haar en op mezelf. Of eigenlijk meer gelukkig met mezelf en met haar: want terwijl ik de oogjes erop borduur, realiseer ik me dat ik haar heb geleerd om met andere ogen te leren kijken, met hartelijke ogen. Naar zichzelf, want haar teleurstelling was oké, maar ook naar het beertje wat ze had gemaakt. Een andere blik en opeens had het beertje weer waarde. Had zij ook weer waarde.

Opeens zegt ze:

‘Maar mama, lees je me dan straks ook nog dat verhaal voor? Want dan ben ik wat minder onzeker over van alles. Dingen die ik niet leuk vindt aan mezelf.’ En dan volgt er een lijstje. Ik laat haar even begaan, gewoon haar onzekerheid benoemen. Ik ga het niet anders willen maken, ik ga haar voorlezen uit het Fluwelen Konijn.

En ik weet bijna wel zeker dat ze zich deze les elke keer (onbewust) herinnert, als ze knuffelt met haar fluwelen… beertje.